|
Vrijdag 4 september: Westhaven Breskens. Vanaf een uur of tien verzamelen zich ouders met kinderen op de kaai, waar de Festijn al ligt te wachten.
Onder de passagiers zijn 35 Visdiefjes en 6 begeleiders.
Nog voor het uitvaren klinkt de stem van de schipper door de luidsprekers: “Er wordt niet gerend aan boord en de kinderen mogen ook niet over de overkapping midden op het schip lopen. Die is spekglad en levensgevaarlijk!” Dat doet hij in het Nederlands én in perfect Duits. Een heel klein beetje onder de indruk zoekt iedereen een plekje op zodat het avontuur kan beginnen. Die tweetalige uitleg houdt de schipper de hele trip vol, zodat we ook nog een aardig woordje Duits meepikken.
Zodra het schip de haven uitvaart voel je aan de bewegingen van het schip dat er direct veel meer stroming staat. Massa’s water stromen bij iedere getijdebeweging naar binnen en ook weer naar buiten.
Al snel worden we opmerkzaam gemaakt op de enorme zandplaten links van ons, die vlak voor de kust van Breskens beginnen en helemaal doorlopen tot voor het Paulinaschor, vlakbij de Braakman. Daar liggen bij laag water altijd zeehonden te zonnen, maar die kunnen we met het blote oog nog niet zien. De verrekijkers worden te voorschijn gehaald. Wie ziet de eerste zeehond?

Een klein gedeelte van de zandplaat blijft ook bij vloed helemaal droog. Dat wordt “De Bol” genoemd. Daar broeden in het voorjaar drie soorten sterns; grote sterns, dwergsterns en...... jawel: visdiefjes! Het zijn echte kolonievogels, die in de broedperiode bescherming zoeken bij elkaar. Op de Bol broeden ook nog andere vogels, zoals kokmeeuwen...

Nu komen ook de zeehonden in beeld. Ze liggen lekker te luieren aan de rand van de zandplaat. De schipper verteld dat het verschil in grootte niet betekent dat het volwassen en jonge dieren zijn, maar dat het verschillende soorten zijn. In één groepje zit een hele grote zeehond. Dat is een kegelrob. Die komt eigenlijk uit Engeland, maar af en toe zit er hier ook wel eens een in de Westerschelde. Zijn naam heeft niets met alcohol te maken, maar duidt op de vorm van zijn snuit.
De schipper vertelt onderweg van alles, over de baggerschepen, het fietspad dat buitendijks langs de kust loopt en dat je helemaal naar Frankrijk kan fietsen, maar ook hoe diep het water steeds is.
Dan varen we wat meer naar de kant, naar ondieper water, want het sleepnet gaat uit. We moeten dan langzamer gaan varen, want De Festijn is eigenlijk veel te groot voor dit sleepnet en zou het zo kapot trekken. We moeten precies zo hard varen dat het net netjes over de bodem wordt gesleept.
Het is heel spannend als het wordt binnengehaald en de inhoud eerst op een zeef wordt uitgekieperd om scherpe voorwerpen en eventuele vissen met stekels er eerst uit te halen.
Dan gooien de vissers, die het sleepnet bedienen, de inhoud in een aantal bakken met water en kan de eerste sleep worden bekeken. Er zit van alles in, maar vooral heel veel brokkelsterren, een soort zeester met hele dunne pootjes. Ook gewone zeesterren zitten er in en een van de vissers legt er een op het hoofd van een Visdiefje. Dan voel je de onderkant van die pootjes. Bij brokkelsterren breken de pootjes heel makkelijk af, maar dat geeft niet, want net als bij gewone zeesterren groeit zo'n poot weer gewoon aan.

Zeesterren eten graag mossels. Ze proberen een van hun poten een heel klein stukje tussen de kleppen van de mossel te krijgen en dan spuiten ze daar een klein beetje gif tussen. De mossel raakt daarvan in de war en de zeester kan hem er zo uithalen en opsmullen.
Wat er verder in de zeef zit is meestal nog erg jong. Platvis als tong, tarbot, schol en bot, maar ook rondvis als sprot, botervisjes, poon, zeebaars en een heel aparte vis, die ruikt naar komkommer. Hij heet dan ook niet voor niets komkommervis.

Verder zien we nog krabbetjes, grijze garnalen, zeenaalden en een jonge zeekat of sepia. Het is echt heel bijzonder wat er allemaal in het water van de Westerschelde leeft.
Vanaf het schip zien we allerlei vogels, zoals kluten, scholeksters, wulpen aan de kant hun kostje bij elkaar scharrelen op het slik.
Het is alweer tijd om terug te varen naar Breskens maar we zetten eerst alles weer netjes terug. Net voordat we er zijn begint het te regenen. Maar iedereen heeft regenkleding meegenomen en zo zijn alleen onze jassen nat als we in Breskens de kaai opstappen.
Omdat het regent, picknicken we niet op het strand, maar in de kiosk. Daar zitten we hoog en droog. Voor drinken is gezorgd en iedereen smikkelt zijn boterhammetjes, cakejes of taartjes naar binnen. Ook is er voor allemaal een krentenbol, maar daar is niet veel animo voor. De enige dieren die we hier zien zijn wespen en daar is niet iedereen blij mee.

Het is gestopt met regenen en nadat we de rommel netjes hebben opgeruimd wandelen we door oud-Breskens, langs de 1e, de 2e en de 3e Zandstraat naar het jiste strange, dat we helemaal voor onszelf hebben. Sommige kinderen doen verstoppertje en anderen gaan op zoek naar schelpen, planten en wat er nog meer op strand te vinden is. Zo zien we creuses, zaagjes, zeeraket, loogkruid, sterretjesmos, blauwe zeedistel, kreukels en een fossiel haaienwerveltje! Kirsha vind hier heel veel krabbepootjes.

Om half twee hebben we een afspraak met het visserijmuseum, dus het wordt tijd om te vertrekken.
In het museum maken we kennis met twee gidsen, Ans en Anke, die ons het een en ander zullen vertellen over Breskens en de visserij, maar ook over de Westerschelde.
We beginnen met een film “Halen”, die over de visserij gaat. In de film kunnen we zien wat een visser allemaal moet doen voordat dat lekkere visje op ons boord ligt. We volgen de Breskens 43 en de Breskens 50 bij de voorbereidingen en tijdens het vissen op garnaal, rondvis en platvis. Ook wordt uitgelegd wat er in een vismijn gebeurt en waar het woord “mijnen” nu eigenlijk vandaan komt.
De visdiefjes van 7, 8 en 9 jaar gaan samen met Anke het museum bekijken en de andere visdiefjes samen met Ans.
In het museum zijn heel interessante dingen te zien. Zo is daar de verzameling van Tijs Verschoor, die bestaat uit 850 opgezette vogels, opgezette zoogdieren, heel veel schelpen en bijzondere koralen. De hele verzameling heeft Tijs na zijn dood aan het museum geschonken. Daar kunnen we eens kijken hoe een visdiefje er van heel dichtbij uitziet.
Bij de fossielen herkent Wouter het fossiele werveltje dat hij op het strand heeft gevonden.

Er is speciaal voor ons iemand gekomen, die voordoet hoe je een visnet moet breien en hoe je een beschadigd net weer moet herstellen (boeten). Sommige visdiefjes mogen het ook proberen, maar dat valt nog niet mee.
Er is een prachtig aquarium waar je leert hoe je een haai moet aaien. Daar zwemmen levende kathaaien, hondshaaien en we zien haaieneieren met jongen, maar ook roggen, tarbot, zeebaars, grote zeenaalden, zeepaardjes, anemonen en zeedonderpadden.
De vissen worden ook nog gevoerd. We zien hoe de vangarmen van de anemonen stukjes garnaal naar hun mond brengen.

Regelmatig vinden vissers wel eens andere voorwerpen in hun netten. Zo is in het museum een bijna compleet skelet van een mammoet uit de laaste ijstijd te zien. Toen leefden dit soort zoogdieren nog op de bodem van de Noordzee, die toen droog stond.

Er zijn allerlei scheepsmodellen van vissersschepen en veerboten uitgestald en een aantal maquettes van de haven van Breskens zoals die vroeger was. De enorme maquette van de Westerschelde, geschonken door het loodswezen, is ook interessant, omdat je precies kunt zien waar de zandbanken liggen en waar hele diepe geulen zijn. Ook de walradarketen is er op te zien en de verschillende vaargeulen.

Voor de speurtocht door het museum, uitgezet door de gidsen van het museum, is helaas geen tijd meer. De ouders staan al te wachten op het parkeerplein.
De gidsen krijgen een applausje en de kinderen, die zich overigens keurig hebben gedragen, krijgen een appel en voor de liefhebber is er nog een krentenbol.
Gelukkig hebben de meeste Visdiefjes nog niet alles gezien in het museum. Dan kunnen ze met hun ouders en broertjes en of zusjes nog eens terugkomen.
Voor meer foto's klik hier!
Met dank aan Elsta uit Hoek, die deze dag heeft gesponserd.
Tot de volgende keer
Dilia, Frans, Irene, Jan, Jennifer en Maaike |